schiedam, 14 september 1578
dag en nacht
|
09 Augustus 2007 | 13:39:28
een wolkje zure fiets dreef over
maar er kwam niemand kijken
naar turijn voor de wade
voor een fietswolk geen animo
hoogstwaarschijnlijk leonardo
of zo
het grijs van de wolkbreuk
een fietswolk ontladen
tot fietsafdruk
geëtst in een weg
die niet was verkozen
versleten tot nu tot een fiets
in een stoep die er wèl bleek
toen god ergens anders was
vrij naar het beeld bovenaan deze pagina, gemaakt door SAGE.
vannacht sprak ik met de dalai lama
hij passeerde texel op een wandelduin
en vertelde me dat romikwasijana
indogermaans voor boterthee was
en dat geen duitser dat nog wist
langzeitkollektivgedächtnisscheisse
knikte hij en streelde afwezig
het helmgras tot rozen voor hij
versmolt met de razende bol
het zal mijn schisma's wel kaken
riep ik hem na ik had er
geen hout van begrepen
maar wat was ik dichtbij
De tuinkabouter, die een ander leven wil en tussen paal- en lapdanseressen aan zijn Royal Club nipt, soms is reclame ook wel eens gewoon leuk. Het bijbehorende filmpje staat op Youtube, het volledige nummer was iets moeilijker te vinden. In plaats van die moeizaam gevonden versie heb ik - uit copyrightrechtelijke overwegingen - toch ook daar maar gewoon de youtube-versie van neergezet. De zanger heet Danny Vera en werd naar eigen zeggen beïnvloed door Roy Orbison, Bruce Springsteen, Chris Isaak en Lucinda Williams. Johan Derksen, de voetbaljournalist, die het nergens mee eens is en het vermelden dan ook niet waard zou zijn als hij niet toevallig in mijn oorsponkelijke heimat Gouda zou resideren, is gek op hem en verschijnt dan ook op de DVD over het ontstaan van Vera's debuut Pink Flamingo.
De volledige versie op you tube:
en het reclamefilmpje, ook op Youtube:
Laat ik dan ook gelijk mijn eigen serie kabouters er maar bij zetten, dacht ik. Een serie, waaruit een ambivalente relatie blijkt, dat mag duidelijk zijn. Toen kreeg ik van Erwin Vogelezang een spontane bonuskabouter, een zgn. meedoegnoom, toegestuurd, het kleine volkje rukt hier onweerstaanbaar op.
Erwin Vogelezang - Humpaman XI. Plop.
Armzalige
dag vandaag heeft Humpaman
zichzelf
desondanks opgepakt,
ondersteboven
gehouden leeggeschud
als
pedaalzak boven biobak.
(Plop
doet de lever
and
the liver does plop)
Vervolgens
volvet onder douche gestapt,
korstjes
voorzichtig van zijn huid gekrabd.
Tuinbroek
aangesjord, bellen omgehangen,
op
de bank naar Kwebbel gaan verlangen.
En als we zo ver zijn, waarom er dan geen algemene oproep op Dichttalent van maken? Tenslotte is de kabouter een onderbelicht ding in deze neorealistische tijden. Als eerste de bijdrage van Tineke van Eeuwen, aka Mercedes:
Stampers
In het land van duistere krachten
stampen gnoompjes obstinaat
pom-pe-die-pom alle nachten
uit de maat tot dageraad
jammerend hun jammerklachten
’s morgens vroeg in vol ornaat
in ’t land van duistere krachten
stampen gnoompjes obstinaat
Uit holen en blinde schachten
klinkt hun kwaaie kattenkwaad
zonder rust of regelmaat
opgejaagd als domme krachten
stampen gnoompjes obstinaat.
Nog meer respons van het virtuele podium bleef niet uit. Ook car, die zichzelf ook wel eens Aphro van Tieten of, zoals nu blijkt, Hoelatypje noemt, een pseudo dat ze gebruikt "als ze vast zit" droeg bij. Twee gedichten in één keer, waarvan ik het tweede heb laten zitten, omdat het te moeilijke associaties oproept, maar de psychedelische kabouter willen we de lezer niet onthouden:
Kabouter
Ik ben een klein kaboutertje
mijn puntmutsje is geel
ik heb een bochel op me rug
en kijk een beetje scheel
ze noemen me soms Quasi
maar zo heet ik niet
mijn echte naam is saaier
ik heet gewoonweg Piet
mijn huisje is een vliegezwam
dat past heel goed bij mij
het dak werkt geestverruimend
en dat maakt me blij
En nu hebben we ook nog reepke. Zo veel websites en ik kan, ok, wil, er maar één linken. Zijn kabouter is de kabouter, die eigenlijk geen kabouter is, maar net als car heeft het ventje een rijkelijk psychedelische touch.
ongemutst, die blauwe...
Ik verdwaalde mijzelf
ergens bij Veldhoven centrum
daar zag 'k een grappig mannetje
met lang haar en een lange baard;
een vreemd vrouwtje
hattie ook
Beleefde een geweldige tijd
met deze stenige wezentjes
die rare cigaretjes rookten
en rare dingen deden
'k Zag overal kabautertjes
en ook wat heksjes,
er was zelfs
een draak bij
Kijk maar,
hier heb ik een foto,
die blauwe daar
dabennik
De enige die
níet kan toveren
en géén mutsje
heeft...
Waarna ook H.S.P. Bitter de stoute kabouterschoenen aantrok en hielp, het niveau hier enigszins op peil te houden. Wij van roop danken hem daarvoor door de oorspronkelijke layout zoveel mogelijk in stand te houden. Op de lettergrootte na dan, ik heb wel een leesbril nodig, maar zo blind ben ik nog niet.
Kabouter
Tussen een kleine hazelaar
en drie bejaarde beukenbroers
sprak ik de wijze Dörenthap;
zijn puntmuts had hij afgezet.
Ik sneed voor hem wat maretak
(waar hij niet bij kon: net een voet te kort),
benodigd voor zijn tegengif
tegen de heksenkring vannacht.
Je zoekt, vertrouwde hij me toe, met teveel ogen,
voldoende is bewegend blad
te zien, want daar is een geheim gevlucht.
En hij verdween zonder gerucht.
Hoewel ik in kabouters niet geloof
leek dit me wat te gladjes voor een grap.
Het volgende werk kwam titelloos binnen, maar werd door Karin Beumkes aan een passend opschrift geholpen. Ook ghijze mitter hacken ziet zich nu vereeuwigd in de intussen schier eindeloze rij van oprukkende kabouters. Naar Afghanistan gaat niks meer, maar hier is nog plaats voor troepenbewegingen.
Kabouterventer
ik ben een plastic poolse pop
in tuinkaboutervorm ik wind
de koekoeksklokken op met
kleine kettinkjes en dief wat
kruimeltjes en hagelslag
Er komt geen einde aan het marcheren. Ook Lindaas doet een duit in het dwergenzakje en helpt kabouter Jan van zijn hik af. Dat hij van het hikken steeds groter wordt, daar zullen we voor één keer Freud niet op loslaten.
Groeistuipen
Hik, zei kabouter Jan
hik, hik.
O, jee riep zijn vrouw
wat doe je nou?
Hik, zei kabouter Jan
hik, hik, dat weet ik niet.
Maar ik voel me ietwat raar
en o, jee wat is dat nou naar!
Mijn jasje past me niet meer
hik, hik.
Manlief stop nu een keer
want je groeit en groeit
met het hikken alsmaar meer!
In het kader van de globalisering mag natuurlijk ook de leprechaun niet ontbreken. Deze kleinste Ier bezorgt me weemoedige herinneringen aan Chucky, Stepfather 2 en natuurlijk kwaadaardige dwergen-B-films, grootmoedig ter beschikking gesteld door Fata Morgana.
Leprechaun
Ben een Ierse poetsenbakker
en strooi heel graag met klatergoud
een groentje, maar wel eeuwenoud
nimmer was ik volksverlakker
criac dat is mijn beste makker
drink hopsakee een liter stout
dan schalt slainte over akker
en zingt de bodhran in het woud
ik draag een puntmuts van plezier
en ben niet bang voor griffioen
dat zijn wat beestjes in een dier
mijn wapenschild is klavervier
nog groener dan het groenste groen
ik ben de allerkleinste Ier.
En nog is er geen stilte in kabouterland: ook Amanda Malinka droeg een Keuls potje bij. Voor kerst wil zij een kabouter, die stoute zielen in de boom hangt. We hebben allemaal zo onze voorstellingen van een betere wereld, maar deze mag van mij algemeen worden.
kerstcadeautje
als het kerstmis is wil ik een kabouter
die vellen melk in mijn koffie hangt
en de boom versiert met stoute zielen
mij op zijn slee brengt naar een plaats
waar ik elf af ben en dan als lieve fee
grote schoonmaak houd in gezinnen
die met het feest zichzelf cold turkey
vreten en apen door de ruimte sturen
met drie munten donatie uit eigen zak
praten over hongersnood in arm afrika
de genade en het licht aan de overkant
op welzijnsborden betover ik het vlees
het konijn regeert en verdeelt het brood
de wijn en in deze geest van avondmaal
offert zij voor een betere wereld het lam
Voor de koffie kwam Marion Spronk ook een puntmuts bijdragen. Wachten tot na de koffie betekent dat in huize roop, maar dan heb je ook wat, in dit geval veel koekjes en een gepiercede eland.
Poggelmoe
kabouter Piggelmee vraagt verlegen
aan Sint om een suikerhart
zijn aanbeden Poggelmoe
is dol op zoetigheid
haar vlechtjes zwaaien in het rond
als zij iets in haar schoen vindt
na de allerlaatste zachte kruimel
vraagt ze een kilo kerstkransjes
Rudolf rijgt ze aan een slinger
Jo-Ho, een vrolijk kerstfeest!
Waarmee nog geen einde, want ook Perry Meer perst er een kabouter uit. Zoals iemand mij per mail al schreef: kabouters zijn geile wezentjes. Perry komt dat nog even bevestigen, de puntmuts schijnt zijn bron van inspiratie te zijn geweest, ik weet niet zeker of daar voor dit gedicht wel een kabouter aan vast moest zitten. Toch een goed moment om even stil te staan bij de geslachtelijkheid van de kabouter, over het algemeen toch een onderbelicht aspect.
kabouterlust
een wulpse weduwevrouw, in de buurt beter bekend als tante Jet, heeft op een vroege regenachtige ochtend, opdat geen spiedende blikken haar konden ontwaren, de grootste tuinkabouter uit een naburig perceel ontvreemd
Miereneter, bekend van radio en tv, geeft ons een kabouter des hoops mee. Zeventien stoeptegels per uur mag niet al te snel lijken, maar met zulke korte beentjes mag je ook niet al te veel verwachten. De hoofdzaak is dat hij komt. Op een dag. Wel blijven geloven natuurlijk.
De wereld rond
Een geluksmannetje zit schots en scheef
op zijn fiets. Het trapt zich een ongeluk,
ontwijkt hagelstenen en schoenzolen en
haalt een snelheid van hooguit zeventien
stoeptegels per uur. 's Nachts slaapt het
op een kiezelsteen, naast het kacheltje
dat is vergroeid met zijn bagagedrager.
Dan droomt het in zijn rem-slaap, altijd
van jou, van je verbijsterde blik en van
wat je zult verzuchten wanneer het op een
avond in je slaapkamer staat. Dat gaat
nog jaren duren, maar het is onderweg
op een gloeiende fiets. Geloof me maar,
wat weet jij van geluksmannetjes? Niets!
Al even werd de kaboutergeslachtelijkheid hierboven aangestipt. We weten dat Piggelmee een vrouwtje heeft, maar wat hij met haar doet is een geheim tussen Piggelmee en zijn lakens. Nou, misschien wel helemaal niks: het gegeven dat kabouters erg oud zijn en met een grijze baard worden geboren, wordt door Cilja Zuyderwyk uitgewerkt tot een kabouter, die heel erg dringend in kabouterzingevingstherapie moet. Het werpt ook een ander licht op al die kruiwagentjes en hengeltjes als plaatsvervangende handelingen, hoeveel andere dingen hadden kabouters misschien wel willen doen in plaats van altijd dat stomme tuinieren.
Kabouterkinderloosheid
Ja, kom maar dichterbij en kijk onder dit blaadje
dit is het kabouterstraatje waar hij al jaren woont
kabouter Sjaggerijn
hij kan geen kinderen krijgen, wij zullen verder
zwijgen over dit ongemak, hij is namelijk geboren
als een oude zak
toen hij voor eerst wat schommelde op een
rode paddestoel, riepen de kaboutervrouwtjes
“Je hebt een oude smoel”
van eikenblad hebben ze een spiegeltje gemaakt
gewacht tot het heel hard vroor en hielden
dat hem voor
hij zag zichzelf, nee, hij was niet volmaakt
de drift tot voortplanting is toen meteen gestaakt
hij ging vrijwillig in kaboutercelibaat
hij heeft alle zin in het leven vroeg verloren
wat een ellende, als je zo oud wordt geboren
Tenslotte - kan er bij kabouters wel sprake zijn van een tenslotte? - droeg Marianneke haar puntmutsje bij. Met al die moeilijke vragen over voortplanting, vrouwtjes en voortbestaan houdt zij zich niet bezig. Eindelijk wordt er weer geheehood, de lezer wordt opgeroepen de innerlijke kabouter weer te vinden en te dansen. En straks natuurlijk ook weer tuinieren tegen de burnouts, denk je dan onwillekeurig en je fluimt eens naar een stapel herfstblad.
Kabouterland
Als een kaboutje klein
is het geenszins meer fijn
te lopen in het grote bos
De sluwe b(e)rekende vos
loopt los
Hoge bomen belemmeren 't zicht
kaboutertjes worden verplicht
de takken eraf te zagen
ruimte te creeeren
het kleine te eren
voor algemeen welbehagen
De donkere dagen gaan voorbij
in zonlicht voor maatschappij
Zijn er nog vragen?
Kom, dans met mij
wordt weer een gnoom
herinner uw droom
de tijd van kwelgeest
is waarlijk voorbij
als we weer weten
wat vergeten was
Zoals gezegd: er is geen tenslotte. C.P. Vincentius gooit er nog een stoute kabouter tegenaan. En weer wordt duidelijk dat kabouters en seks toch maar een moeilijke relatie blijven hebben. Alsof daar waar alles klein is, het zelfbewustzijn is meegekrompen. Afijn, Esmée zit er maar mooi mee.
Kabouteres Esmée
Nimmer dacht kabouteres Esmée
aan tussenkomst te middernacht.
Stomste kussen en goede morgen
verschaften gekte onverwacht.
'Eer uw barst in korst geborgen,'
gorgelde moed van veraf schuw.
't Waren klachten en zij lachte.
Pront schoten paddestoelen luw.
In een keer verzachtte alle wee
bleek haar gelaat van smachten;
zij betrad onverlichte een tree.
Onder paddestoelen,op het mos
toonde zij zinnelijke prachten,
zij maakte haar uniformpje los.
Dwerg! riep zij en elke peuter
toonde puntmuts over zijn leuter.
tussen mijn nieren milt en blindedarm
zat een holte met daarin een kabouter
parasieten zei de arts en fouter
kon niet meer ik hield in mij een plaaggeest warm
hij stuurde mij naar een verwijderfarm
na dagen weken in een bad met louter
gelig trekkend spul en alsmaar zouter
week er iets en was ik weer kabouterarm
de dokter zegt dat ik nu jonger ben
dan eerst en beter maar hij zegt ook maar wat
ik weet dat ik mij niet meer terug herken
sinds er niets meer van me leeft en zeker dat
ik nooit aan het geluid van honger wen
hoe hij neerploft in een leeg kaboutergat
Poëzieplein Schiedam
Taal | agenda
|
16 November 2009 | 20:46:03
Wie kent het Schiedamse poëzieplein niet? Ik in ieder geval wel, net als Ramsey Nasr, Ingmar Heytze, Nachoem Wijnberg, Menno Wigman, Anne Vegter en nog 33 goed klinkende namen. Onze verzamelde poëzieposters in een fullcolor bundel, uitgeverij Artemis maakt het mogelijk, natuurlijk naar het idee van het Schiedamse kunstenaarsduo Gerrit van Schuppen en Saskia van Herwijnen, of ook gewoon Sage.
De poster van september 2008 was van mijn hand, om redenen van bescheidenheid zal ik de tekst zo meteen laten volgen. Zondagmiddag 29 november, 16.00 op een "mooie locatie" in Schiedam, nadere details volgen z.s.m.
de zee is van iedereen
Taal | agenda
|
16 November 2009 | 20:26:18
Zondag 29 november 2009, vanaf 16.30: in de Haagse Kunstkring op de Denneweg 64 wordt de bundel De zee is van iedereen gepresenteerd, een verzameling gedichten, geschreven en geïnspireerd op het manifest Mare Liberum van Hugo de Groot. De middag wordt gepresenteerd door de voormalige stadsdichter Harry Zevenbergen, die samen met Will van Sebille ook samensteller van de bundel is, gepubliceerd in de reeks Haags Fris door uitgeverij Witte. Hij leidt door optredens van onder meer Sel Verhoeven, Jan Bervoets, Geraldina Metselaar, Fred Papenhove, Victor Meijer, David Muiderman en Nomi Ben David. Helaas zal ik er niet bij zijn, omdat ik in Schiedam een andere bundel in ontvangst mag nemen, maar er gaan geruchten dat Max Lerou mijn bewijsexemplaar meeneemt. Onderstaand de oude man en de zee en oorverdovend, de beide in de bundel opgenomen gedichten. Eindelijk eens een plaats waar je me niet hoort over consumptiebonnen.
de oude man en de zee
de vissen die niet in zijn netten zwemmen
spreekt hij toe ze moeten leren te begrijpen
dat het water er slechts is om hen te remmen
zet die kieuwen af roept hij word deel van mij
ik bied de lucht de ruimte en de droogte
van de aarde proef de diepte van de hoogte
kom de modder uit kruip op de kant leer lopen
met je bolle ogen doe niet zo gesloten
hap niet zo blijf stom en laat je kaken
buik naar boven klaar voor de bevrijding
laat alles los en kom naar boven drijven
je helpt jezelf niet door een vis te blijven
zijn stem ketst drie keer op het dove water
voor hij in de spiegel kopje onder gaat
weer niks gevangen wel veel gepraat
oorverdovend
ze zet haar oren aan en draait
de schelpen naar de plaats
waar ze geluid verwacht
ze hoort de zee en in het ruisen
schreeuwen van verdronken vis
het spreekt haar aan en fluistert
dat je zonder kieuwen heel goed
lucht kunt halen dat het water
goed om op te lopen is
en dat je strandt als je het land
aan zwemmen hebt ze heeft nu
wel genoeg geluisterd
ze zet de schelpen af de zee
spreekt verder ongehoord de schelpen
met het laatste verre woord